De fabriek die laat zien waarom onze economie een nieuw kompas nodig heeft
Een miljardeninvestering, vijfhonderd banen en nieuwe medicijnen. Maar wat zien we wanneer we niet alleen de opbrengst, maar ook de hele maatschappelijke kringloop bekijken?
De komst van een enorme medicijnfabriek van Eli Lilly naar Katwijk wordt vooral gepresenteerd als economisch goed nieuws. Het Amerikaanse farmacieconcern wil er 2,6 miljard euro investeren, op een terrein van ongeveer twintig hectare. Er komen naar verwachting circa vijfhonderd vaste banen en Lilly wil er onder meer medicijnen produceren voor diabetes en obesitas, maar ook voor andere aandoeningen. De gemeente noemt het een hoogwaardige, kennisintensieve investering die goed past bij het life-sciencescluster rond Leiden.
Wie iets verder kijkt dan het investeringsbedrag, ziet echter een veel ingewikkelder verhaal. Tegen het plan zijn 813 zienswijzen ingediend, onder meer over gezondheid, water, verkeer, natuur en veiligheid. De procedure gaat bovendien nog niet over alle milieugevolgen van de daadwerkelijke productie: voor technische installaties en het productieproces volgen aanvullende vergunningen. Er is wel een beoordeling gedaan om te bepalen of een uitgebreid milieueffectrapport nodig is. De omgevingsdienst verwacht in deze fase geen grote nadelige gevolgen en acht zo'n uitgebreid rapport daarom niet nodig.
Dat maakt deze fabriek interessant voor Het Ware Noorden. Niet omdat een medicijnfabriek per definitie verkeerd is, maar omdat hier op één plek bijna alle vragen samenkomen waar onze huidige economische ordening moeite mee heeft: wat noemen wij vooruitgang, wat doen we met schaarse ruimte en natuurlijke hulpbronnen, wie verdient aan maatschappelijke problemen en wie heeft er uiteindelijk belang bij dat die problemen werkelijk verdwijnen?

Artist impression van de geplande locatie. Beeld: Eli Lilly and Company / persmateriaal.
Wat kost deze fabriek ons eigenlijk?
De Lilly-locatie beslaat ongeveer 200.000 vierkante meter. Daarvan wordt ongeveer 80.000 vierkante meter bebouwd; de rest is nodig voor verkeer, groen, technische voorzieningen, buffers en eventuele toekomstige ontwikkeling. Voor een eerlijke vergelijking moet je daarom niet alleen naar de gebouwen kijken, maar naar het hele terrein. Op twintig hectare kan in dezelfde regio grofweg een complete woonwijk van ongeveer duizend woningen worden aangelegd, inclusief straten, groen, water en andere publieke ruimte.
De vergelijking met woningen is een orde van grootte, geen één-op-één uitruil. Grond, water, energie en milieuruimte zijn wel degelijk schaars.
Ook het beslag op andere schaarse voorzieningen is aanzienlijk. Lilly heeft een maximale drinkwatercapaciteit aangevraagd van 778.000 liter per dag. Het bedrijf wil vanaf de start meer dan de helft van het proceswater hergebruiken, maar de omvang blijft vergelijkbaar met het normale watergebruik van enkele duizenden huishoudens. De fabriek zal uiteindelijk grotendeels elektriciteit gebruiken, maar omdat het stroomnet die vraag voorlopig niet aankan, voorziet Lilly de eerste jaren eigen energieopwekking op het terrein. Uit de technische gegevens van die installaties volgt dat alleen hun energiebehoefte al in de orde van vele duizenden huishoudens ligt. Daarbij komt het overige elektriciteitsgebruik van productie, ventilatie, koeling, laboratoria, waterzuivering en andere installaties nog bovenop.
Ook stikstof is geen marginaal detail. De eigen berekeningen van Lilly laten zien dat de fabriek tijdens de bouw én tijdens het gebruik extra uitstoot veroorzaakt die op beschermde natuur terechtkomt. Dat betekent niet dat je kunt zeggen dat Lilly letterlijk “de stikstofruimte van zoveel duizend woningen inpikt”; daarvoor is de ligging van een bron te belangrijk. Het betekent wel dat hier een groot industrieel project wordt toegestaan met een duidelijke belasting van natuur, energie- en waterinfrastructuur, terwijl diezelfde schaarste elders vaak als harde beperking wordt ervaren.
Geen van die feiten bewijst dat de fabriek er niet zou moeten komen. Ze maken wel duidelijk dat de simpele boodschap “2,6 miljard investering en vijfhonderd banen” maar één kant van de balans laat zien. Voor Het Ware Noorden is de relevante vraag niet hoeveel geld er wordt geïnvesteerd, maar hoeveel duurzaam welzijn we produceren met de grond, het water, de energie en de milieuruimte die daarvoor nodig zijn.
En dan kijk je naar wat er in die fabriek wordt gemaakt
Juist daar krijgt het verhaal een extra dimensie. Een belangrijk deel van de enorme groei van Eli Lilly komt tegenwoordig uit medicijnen tegen diabetes en obesitas. In 2025 behaalde Lilly een omzet van ruim 65 miljard dollar. Alleen Mounjaro en Zepbound waren samen goed voor ongeveer 36,5 miljard dollar, oftewel 56 procent van de totale omzet. Lilly schrijft zelf dat medicijnen voor stofwisselingsziekten een belangrijk en groeiend onderdeel van het bedrijf blijven en breidt daarom wereldwijd de productiecapaciteit uit.
Dat zijn geen waardeloze medicijnen. Integendeel: voor mensen die nu ernstig overgewicht of diabetes hebben, kunnen ze bijzonder waardevol zijn. Het zou dus onzinnig zijn om behandeling tegenover preventie te zetten alsof we slechts één van beide nodig hebben.
Maar vanuit maatschappelijk perspectief is er wel iets merkwaardigs aan de hand. Wij mobiliseren miljarden aan privaat kapitaal, twintig hectare Nederlandse grond en enorme hoeveelheden energie en water om steeds meer medicijnen te produceren tegen aandoeningen waarvan een aanzienlijk deel samenhangt met onze moderne leef- en voedselomgeving. Tegelijkertijd veranderen we die omgeving maar uiterst langzaam.
De maaltijden werden zo goed mogelijk gelijkgetrokken. Toch veranderden inname en gewicht.
En daarbij gaat het niet alleen om suiker. Het probleem is breder: een voedingspatroon waarin sterk bewerkte producten, geraffineerde koolhydraten, snacks, sauzen, kant-en-klaarmaaltijden en zeer aantrekkelijke combinaties van vet en koolhydraten overal goedkoop en gemakkelijk beschikbaar zijn. De Amerikaanse gezondheidsinstituten hebben dat effect onder gecontroleerde omstandigheden onderzocht. Proefpersonen kregen een sterk bewerkt en een minimaal bewerkt voedingspatroon aangeboden die qua aangeboden calorieën, suiker, vet, koolhydraten, zout en vezels zo goed mogelijk op elkaar waren afgestemd. Toch aten dezelfde mensen met het sterk bewerkte eten gemiddeld ongeveer vijfhonderd calorieën per dag méér en kwamen ze aan, terwijl ze tijdens het andere dieet juist gewicht verloren.
Dat bewijst niet dat ieder bewerkt voedingsmiddel ongezond is en evenmin dat obesitas uitsluitend door voeding ontstaat. Het maakt wel duidelijk hoe beperkt het verhaal is dat miljoenen mensen simpelweg individueel verkeerde keuzes maken. De omgeving waarin wij mensen laten kiezen, beïnvloedt die keuzes.
Wie heeft er eigenlijk belang bij dat deze cirkel stopt?
Hier wordt het werkelijk interessant. Aan de ene kant van de economie staan ondernemingen die enorme hoeveelheden frisdrank, snacks en andere bewerkte voedingsmiddelen verkopen. Aan de andere kant staan ondernemingen die miljarden verdienen aan de behandeling van ziekten die mede samenhangen met die leefomgeving.
Neem PepsiCo. De grootste institutionele aandeelhouder is Vanguard, met 10,1 procent. BlackRock bezit 8,2 procent. Kijk vervolgens naar Eli Lilly: Vanguard bezit daar 8,6 procent en BlackRock 6,8 procent. Hetzelfde verschijnsel zien we veel breder in de economie: grote vermogensbeheerders beleggen namens miljoenen klanten tegelijk in grote delen van vrijwel iedere belangrijke bedrijfstak.
Percentages volgens de proxyverklaringen van PepsiCo en Eli Lilly voor 2026. De belangen worden grotendeels gehouden namens fondsbeleggers en pensioenvermogen.
Dat toont géén complot aan. Er is geen bewijs dat Lilly en PepsiCo afspreken hoe de één mensen ongezond moet maken zodat de ander medicijnen kan verkopen. En grote vermogensbeheerders zijn voor een belangrijk deel beheerders van het geld van gewone beleggers en pensioenfondsen, niet een klein groepje mensen dat ieder bedrijf rechtstreeks bestuurt.
Maar juist zonder complot ontstaat een fascinerend probleem. Hetzelfde kapitaal kan rendement ontvangen wanneer sterk bewerkt voedsel wordt verkocht én wanneer de medische gevolgen daarvan worden behandeld. Het kan verdienen aan de producent, aan de retailer, aan de farmaceut en aan allerlei ondernemingen daaromheen. Iedere onderneming kan binnen haar eigen werkelijkheid volstrekt rationeel handelen. Het voedingsbedrijf probeert meer te verkopen, de farmaceut probeert meer patiënten te behandelen en de vermogensbeheerder probeert het rendement van zijn portefeuille te maximaliseren.
Alleen is er in dat mechanisme niemand die vanzelf verantwoordelijk is voor de vraag of de mens aan het einde van de keten er beter van wordt.
Dat is geen samenzwering. Het is veel fundamenteler: het systeem heeft zelf geen einddoel.
De vicieuze cirkel
Wanneer je de verschillende feiten naast elkaar legt, ontstaat een merkwaardige maar economisch volkomen logische cirkel. Onze voedselomgeving maakt het gemakkelijk om structureel te veel en slecht te eten. De verkoop daarvan creëert omzet en winst. Een deel van de bevolking ontwikkelt vervolgens obesitas, diabetes en andere chronische aandoeningen. Daar ontstaat opnieuw een enorme markt. De farmaceutische industrie ontwikkelt steeds betere medicijnen, waarvoor vervolgens nieuwe miljardenfabrieken nodig zijn. Die fabrieken creëren weer investeringen, omzet, banen en economische groei.
Op iedere afzonderlijke schakel kan rationeel worden gehandeld, terwijl het gezamenlijke resultaat toch onwenselijk is.
Op bijna ieder afzonderlijk punt lijkt er iets positiefs te gebeuren. De consument heeft keuze, het voedingsbedrijf groeit, de farmaceut innoveert, beleggers behalen rendement, er ontstaan banen en het bruto binnenlands product stijgt. Toch zou vrijwel iedereen het erover eens zijn dat de beste uitkomst zou zijn wanneer minder mensen überhaupt chronisch ziek werden.
Precies daar loopt economische groei uit de pas met welzijn. Een gezond mens die tientallen jaren nauwelijks zorg nodig heeft, genereert relatief weinig economische activiteit. Dezelfde mens met een chronische ziekte koopt medicijnen, bezoekt artsen, krijgt onderzoeken en behandelingen en creëert daarmee jarenlang omzet en werkgelegenheid. Het bruto binnenlands product ziet vooral die economische activiteit. Het kan niet bepalen welke van beide levens maatschappelijk de betere uitkomst is.
Dat oordeel moeten wij zelf toevoegen.
Daar begint Het Ware Noorden
Het uitgangspunt van Het Ware Noorden is daarom niet dat bedrijven slecht zijn, winst verboden moet worden of de overheid iedere individuele keuze moet bepalen. Het uitgangspunt is veel eenvoudiger: economie is een middel en geen doel. Het uiteindelijke doel moet duurzaam welzijn voor mens en planeet zijn.
Dat verandert de manier waarop we naar deze fabriek kijken. Dan is 2,6 miljard euro niet automatisch 2,6 miljard euro vooruitgang. We moeten ook weten welke grond, energie, water en natuur ervoor worden gebruikt, welke maatschappelijke waarde ermee ontstaat en welke alternatieven we daardoor niet kunnen realiseren. Vervolgens moeten we nóg een stap terug: waarom is de markt voor een belangrijk deel van deze medicijnen eigenlijk zo enorm geworden, en doen we voldoende om te voorkomen dat steeds meer mensen patiënt worden?
Hetzelfde geldt voor ondernemingen en kapitaal. Winst is buitengewoon nuttig om innovatie en efficiëntie te stimuleren, maar alleen wanneer de spelregels ervoor zorgen dat winst en maatschappelijke vooruitgang zoveel mogelijk dezelfde kant op wijzen. Zodra het rendabeler is om de gevolgen van ziekte decennialang te behandelen dan om die ziekte aan de voorkant te voorkomen, moeten wij niet verbaasd zijn dat de economische energie vooral naar behandeling stroomt.
Dat kunnen we veranderen zonder individuele vrijheid af te schaffen. We kunnen gezonde basisvoeding aantrekkelijker en goedkoper maken en producten die aantoonbaar hoge maatschappelijke gezondheidsschade veroorzaken zwaarder belasten. We kunnen kinderen beter beschermen tegen commerciële beïnvloeding, producenten meer verantwoordelijkheid geven voor schade die nu bij de maatschappij terechtkomt en preventie structureel financieren in plaats van haar steeds te behandelen als een kostenpost. En we moeten kritischer kijken naar een financiële structuur waarin dezelfde enorme kapitaalbeheerders overal tegelijk aandeelhouder zijn en daardoor wel belang hebben bij groei van de hele economie, maar niet automatisch bij het verdwijnen van een maatschappelijke markt.
Dat laatste is misschien wel de belangrijkste les. We hoeven Lilly, PepsiCo, Vanguard of BlackRock geen kwade bedoelingen toe te schrijven om te constateren dat de uitkomst niet vanzelf goed wordt. Het systeem kan uitstekend functioneren volgens zijn eigen regels en toch een verkeerde richting uitgaan. Juist daarom kan de oplossing ook niet uitsluitend van individuele bedrijven worden verwacht.
We moeten de cirkel zelf doorbreken
De fabriek in Katwijk is daarmee uiteindelijk niet het probleem, maar een buitengewoon helder symptoom. Zij laat zien hoe ongelooflijk krachtig onze economie kan reageren zodra er een grote winstgevende markt ontstaat. Er wordt in korte tijd miljardenkapitaal gevonden, een gigantische fabriek ontworpen, grond gereserveerd, energie georganiseerd en een ingewikkeld vergunningstraject doorlopen om de productie van medicijnen op te voeren.
Stel je voor dat we dezelfde vastberadenheid zouden inzetten om ervoor te zorgen dat twintig jaar later aanzienlijk minder mensen die medicijnen nodig hebben.

Het Ware Noorden vraagt niet om minder vindingrijkheid, maar om een duidelijker bestemming. Beeld: hoch3fotografie / Unsplash.
Dan verdwijnen farmaceutische bedrijven niet en hoeven goede medicijnen niet te verdwijnen. Dan verschuift alleen ons succescriterium. Een samenleving waarin minder mensen diabetes krijgen, minder medicijnen nodig hebben, langer gezond blijven en tegelijkertijd minder druk leggen op grond, energie, water en natuur, is maatschappelijk succesvoller — zelfs wanneer daardoor ergens omzet verdwijnt.
Dat is precies het verschil tussen economische groei als kompas en Het Ware Noorden.
De markt kan fantastisch helpen om onze bestemming te bereiken, maar zij kan die bestemming niet voor ons bepalen. Kapitaal weet wat rendement is. Een onderneming weet wat winst is. Alleen mensen kunnen bepalen wat een goed leven, een gezonde samenleving en een leefbare planeet waard zijn.
En dus is uiteindelijk niet de belangrijkste vraag of Nederland de fabriek van Eli Lilly kan inpassen. De belangrijkste vraag is waarom wij zoveel beter georganiseerd zijn om miljarden te verdienen aan het behandelen van een vicieuze cirkel dan om die cirkel te doorbreken.
Als welzijn voor mens en planeet werkelijk ons Ware Noorden is, zullen we dat laatste zelf moeten organiseren.
Bronnen en verantwoording
Eli Lilly Nederland. Vergunningsaanvraag en kerngegevens van de productiefaciliteit in Katwijk. https://www.lilly.com/nl/recent/Indiening-vergunnningsaanvraag-productiefaciliteit
Gemeente Katwijk. Beantwoording van de 813 zienswijzen en de beoordeling van een milieueffectrapport. https://extra.katwijk.nl/projecten/nieuwe-vestiging-geneesmiddelenbedrijf-lilly-in-katwijk/beantwoording-zienswijzen
Gemeente Katwijk. Vragen over het aangevraagde watergebruik en hergebruik van proceswater. https://extra.katwijk.nl/projecten/nieuwe-vestiging-geneesmiddelenbedrijf-lilly-in-katwijk/gestelde-vragen-vanuit-informatiesessie
Eli Lilly, jaarverslag 2025 en resultaten over 2025. https://investor.lilly.com/static-files/70c644f5-d894-471a-a4c5-6464848ca393
Hall en anderen, National Institutes of Health. Gerandomiseerd onderzoek naar sterk en minimaal bewerkt voedsel. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7946062/
PepsiCo en Eli Lilly. Proxyverklaringen 2026 met de gemelde belangen van grote aandeelhouders. https://www.sec.gov/Archives/edgar/data/77476/000130817926000169/pep015012_def14a.htm en https://www.sec.gov/Archives/edgar/data/59478/000005947826000021/lly-20260306.htm
Noot over vergelijkingen. De schatting van circa duizend woningen op twintig hectare is een orde-van-groottevergelijking op basis van een complete woonwijk, niet een planstudie voor precies deze locatie. Energie-, water- en milieugevolgen veranderen met de uiteindelijke vergunningen en bedrijfsvoering.
De maatstaf blijft eenvoudig: vergroot een keuze aantoonbaar het duurzame welzijn van Mens en Planeet, nu én later?